Is er wel een oorlog tegen drugs?

Ik las vandaag 'Waarom een 'oorlog tegen drugs' volstrekt onzinnig is', een tekst van in mei 2016 waarin Thomas Decreus meer licht op de 'oorlog tegen drugs' probeerde te werpen. Decreus: "In de top vijf van meest schadelijke drugs staan 'the usual suspects': cocaïne, heroïne, metamfetamines en crack. Maar de eerste plaats wordt zonder enige discussie bekleed door … alcohol. Het is volgens onderzoekers de drug die het meest schade aanricht op tal van vlakken." Je kan je dus afvragen wat die 'oorlog tegen drugs' juist inhoudt. Alcohol is immers niet illegaal en heel gemakkelijk verkrijgbaar. Het lijkt eerder een manier om mensen schrik aan te jagen als het over illegale drugs en het gebruik ervan gaat, en een fenomeen waarmee men een conservatieve visie op beleid tegenover drugs probeert te legitimeren. Daarnaast is de term 'oorlog tegen drugs' ook een rookgordijn om te verhullen wat men niet doet om drugsmisbruik te voorkomen: grootschalige controles in de Antwerpse haven bijvoorbeeld (wat men als niet economisch performant genoeg en als te kostelijk ziet) of een beleid waarmee men volop tracht de in armoede levende drugsmisbruikers uit de armoede te halen. Daarnaast is de 'oorlog tegen drugs' ook een manier om meer politie op straat en een sterk uitgebouwd politieapparaat te proberen legitimeren. Nochtans worden hierbij wel kleine dealers en gebruikers aangepakt, maar laat men de grote vissen ongemoeid. Om de drugsmaffia aan te pakken heeft men vooral een internationale aanpak nodig, ofwel via grootschalige repressie (in de praktijk niet realistisch) ofwel via het in legale kaders gieten van drugsverstrekking (voorlopig ook niet realistisch). Maar die internationale aanpak is er niet. Wie pleit voor de 'oorlog tegen drugs' geeft vaak echter de indruk dat problemen gemakkelijk lokaal of regionaal aangepakt kunnen worden.

Popular posts from this blog

De bosbrossers tonen ons een deel van de weg naar een beter leven

Over Dedecker, De Wever en Baudet

Het nieuwe klimaatdebat