Nieuw-Vlaamse Autoriteiten en mediacratie

De partij van de Nieuw-Vlaamse Autoriteiten (N-VA) en de Franstalige Parti Salonfähig (PS) hebben, dankzij de mediacratie in dit land, de verkiezingen van 13 juni gewonnen. De voorbereidingen en de aanloop naar dit sukses begonnen eigenlijk al in 2004, toen de CD&V besliste om de N-VA mee groot te blijven maken, om op die manier Vlaanderen te vrijwaren van al te liberale of socialistische invloeden. Geert Bourgeois kon, ondanks zijn houterig imago, bijvoorbeeld 4 jaar scoren met een Vlaamse ministerportefeuille voor media, en kreeg wat later de onverwachte steun van VRT-journalist en politiek beest Siegfried Bracke. Mediahuis Woestijnvis creëerde de voorbije jaren vrolijk mee de nieuwe hype rond Bart De Wever en andere Slimste mensen.
Ook Christian Van Thillo en Yves Desmet van De Morgen, of Slimste mens Peter Vandermeersch (De Standaard) vonden het sukses van VB en LDD wat te bedreigend worden. Hun eigen belangrijke posities in het medialandschap werden door de N-VA minder in vraag gesteld dan door de partijen van Dewinter/Valkeniers en Dedecker/Verstrepen.
De Parti Socialiste slaagde er in om in de aanloop naar 13 juni gevrijwaard te blijven van schandalen, en Wallonië bang te maken voor de communautaire problemen in een “verrechtsend Vlaanderen” en het groeiend electoraal sukses van de separatistische N-VA.

De grote opmars van de N-VA was slechts bekend op een zucht van de verkiezingen. De analyses van de peilingen daarvoor belichtten immers niet vooral de groeiende populariteit van Bart De Wever, maar wel het gebrek aan tastbare resultaten voor sp.a, Groen!, VB, LDD of Open Vld.
Vermits het onduidelijk bleef of dit sukses in de peilingen van de N-VA bijna volledig te danken was aan de achteruitgang van VB en LDD of niet, bleef de linkerzijde relatief stil toekijken, er waren nu eenmaal ook al zo veel onbesliste kiezers in die peilingen, en ja.. wat zegt zo'n peiling eigenlijk?
In Vlaanderen vond de opmars van De Wever en co. ook plaats met de dociele steun van filmmaker Jan Verheyen (net als Etienne Vermeersch lid van de Vlaamsgezinde Gravensteengroep) en het burgerlijk, stilzwijgend knikken van Vermeersch en co. als het over de N-VA ging (veel “Vlaamse intellectuelen” vonden het interessanter om hun pijlen op islamisme en islam te richten).

Het op de voorgrond treden van de aartsconservatieve geestelijke André Leonard was dit jaar al regelmatig op de korrel genomen. En na de pedofilieschandalen in de Kerk bleef van het traditioneel populaire trio Kerk, Koningshuis en Kapitaal enkel nog Kapitaal echt scoren, daarin aangemoedigd door economen die onder druk van de economische crisis gewillig op de knieën gingen voor buitenlandse investeerders en binnenlands winstbejag van grote bedrijven.
Dat resulteerde meteen in wat klappen, zoals in de gezichten van CD&V en ACW. Ook de Franstalige Christelijke vakbeweging of politici als Joelle Milquet (CdH) en “monseigneur” Jean-Michel Javaux (Ecolo), deelden mee in de klappen van de mediacratie.

Bart De Wever sleet intussen regelmatig zijn conservatieve opiniestukken bij de “kwaliteitskranten”, daarin keerde hij zich tegen “seksuele losbandigheid” en de erfenis van mei '68. En hiermee sprak hij ook het kneuterige, misnoegde kiezerspubliek van het VB aan, dat bekrompen gedrag helemaal niet aanvaardde als het van Moslims kwam, maar wel als het ingezet werd als Vlaams tegengif voor de idealen van mei '68.
In één van die “kwaliteitskranten” verscheen dit weekend een opiniestuk van de linkse journalist en mei '68 boegbeeld Paul Goossens over de conservatieve ideologie van De Wever. “Zijn inspiratie vond hij bij Edmund Burke, een katholieke Britse politicus van Ierse komaf uit de 18de eeuw, die in zijn vrije tijd politiek-filosofische pamfletten neerpende. Burke had een obsessie: de Verlichting. Hij verketterde ze, omdat ze zich aan hoogmoed bezondigde en het primaat van de rede over traditie, religie en standen verdedigde. Volgens Burke was de samenleving geen product van de menselijke ratio, ze is een organisch gegroeide orde. In 2003 schreef De Wever dat Burkes conservatisme als sokkel van zijn politiek denken en doen overeind was gebleven. Hij heeft dit nooit herroepen of genuanceerd. (...) De Wever is ook vlaamsnationalist omdat hij conservatief is. Niet de diplomatieke conferentie België, maar Vlaanderen is de organische gemeenschap waar Burke en die andere notoire tegenstander van de Verlichting, Johan Gottfried Herder, de grondlegger van het Duits radicaal cultuurnationalisme, van droomden. Een onafhankelijk Vlaanderen sluit naadloos met De Wevers ideologische identiteit aan.”
Daarmee legt Goossens de vinger op de wonde : zonder het volledig te weten kiest Vlaanderen eigenlijk opnieuw voor hetzelfde conservatisme als dat van vroeger. “Nu durven veranderen” was de slogan die op menig verkiezingsbord van de N-VA stond te lezen, neergeplant in de voortuinen van Vlaanderen. En de Vlaamse variant van het electoraal Obama-effect bleef daardoor niet uit. Alleen is de CD&V niet de Republikeinse partij in de VS en is de partij van De Wever en co. zeker niet beter dan CD&V of Open Vld.

De N-VA ondersteunt volledig het industrieel-kapitalisme in Europa, overgoten met een vleugje rechtse romantiek en Vlaamsche gemeenschapsnostalgie. Zoals ik al eerder schreef in de lange tekst “Nieuw traditionalisme in het land van Waas” was het de socioloog Ferdinand Tönnies die ongewild deze “gemeinschaftnostalgie” in gang zette, ook in Vlaanderen.
Tönnies is vooral bekend geworden door zijn theorieën omtrent "Gemeinschaft und Gesellschaft", meteen ook de titel van een tekst die hij in 1887 schreef. Tönnies maakte graag een onderscheid tussen de traditionele Gemeinschaft (gemeenschap) en de "rationeel ingerichte" Gesellschaft (maatschappij). “De Gemeinschaft associeerde hij met het landelijke en huiselijke leven, affectieve banden, verstandhouding, traditie en hiërarchie. De Gesellschaft verbond hij in zijn denken aan de grootstad en het kosmopolitische, de zakelijkheid en berekening, de koele maatschappij die aan invloed won.”
Het is dit soort onderscheid dat men bij de N-VA ook gedeeltelijk wil maken. Het kneuterig Vlaams gemeenschapsdenken moet in de partij zijn wereldvisie compensatie bieden voor economische globalisering, zakelijkheid en koele berekening. Traditionele gewoontes, waarden en normen moeten een tegenwicht bieden voor grote veranderingen en nieuwe tijden. Gezin, seksualiteit en vrije tijd worden gedeeltelijk afgeschermd van de arbeidsdag en de economische wetten van de wereldwijde markt.
De kosmopolitische idealen van mei '68 worden door De Wever en co. als een bedreiging ervaren, maar wel als niet opgewassen tegen de wetten van de wereldwijde economie, waar Vlaanderen en de Vlaamse beweging in onder dreigen te gaan als men niet vasthoudt aan het traditioneel gemeenschapsdenken en het meedraaien in die globale economie. De vraag is echter : hoe lang kan en wil men dat nog maken?

Popular posts from this blog

Het Zondagsinterview met Bart De Wever ontleed

Het belang van de hoofddoekenkwestie

Peilen in Vlaanderen