Centrum-rechtse afkeer van gemeentelijke democratie

Er is in België weinig aandacht voor gemeentelijke democratie. Gemeenten hebben weinig bevoegdheden en gemeentebesturen trekken macht naar zich toe zonder regelmatig de inwoners van de eigen gemeente te betrekken bij de lokale besluitvorming. Centrum-rechts heeft dat graag. Meer inspraak ziet het over het algemeen als tijdsverspilling en pottenkijkerij, procedures die ook de economische groei afremmen.
Er was een tijd dat Guy Verhofstadt (Open Vld) de mond vol had van referenda en “directe democratie”. Sinds linkse drukkingsgroepen de geneugten van meer directe democratie en gemeentelijke referenda (bijvoorbeeld die over de bouw van de Lange Wapper in Antwerpen) ontdekten, is die tijd echter voorbij. Verhofstadt en zijn partij willen vooral de Belgische staat bewaren en bevoegdheden wat verder regionaliseren. Nationale identiteit en parlementaire democratie wil de Open Vld eigenlijk niet in vraag gesteld zien.
Het centralisme van de Belgische staat wil de Open Vld zeker behouden, in een Vlaamse staat zou de partij immers weinig impact hebben, en in een Waalse staat zouden de rechts-liberale bondgenoten van MR weinig impact hebben. En meer gemeentelijke bevoegdheden zou ook minder vat op de grote steden van de rechts-liberalen betekenen.
De N-VA wil wel af van de Belgische staat maar wil Vlaams-nationale identiteit helemaal niet in vraag gesteld zien. Volkswil moet voor de partij nationale afmetingen krijgen. De N-VA spreekt het liefst over België als over twee nationale democratieën : de Franstalige en de Vlaamse. Gemeentelijke democratie ziet het als een bedreiging.
De uitslag van het referendum over de Lange Wapper (een duidelijk NEE), daar veegde de N-VA zijn voeten aan. Pas na lang onderhandelen met de Vlaamse coalitiepartners sp.a en CD&V wou de N-VA over de brug komen en de bouw van de Lange Wapper eventueel afvoeren. Indien de CD&V hen niet had proberen te overtuigen om dat te doen, dan was de Vlaamse regering misschien ook gevallen.
De Vlaamse regering besliste niet lang geleden dat gemeenten die vrijwillig fuseren voortaan een extra financiële bonus krijgen, die kan variëren tussen 500.000 euro en 1,5 miljoen euro. Met die bonus wil de regering fusies stimuleren.
“Deze fusiebonus is ronduit belachelijk. Het is alsof je gaat vissen op walvis met een vislijn en een haakje waar je normaal karper mee vist,” aldus Vlaams parlementslid Bart Caron van Groen! begin deze maand. “Het is dan ook te verwachten dat de effecten van de operatie minimaal tot verwaarloosbaar zullen zijn.”
Geert Bourgeois (N-VA), die voor deze operatie verantwoordelijk is, beweert dat hij voor krachtige gemeenten gaat. Maar Bart Caron heeft “eerder de indruk dat hier een schijnoperatie wordt uitgevoerd waarbij gemeenten niet echt worden geholpen om hun bevoegdheden op een efficiënte en doeltreffende manier uit te oefenen”.
Alhoewel Groen! nogal gemakkelijk de fusering van gemeenten aanvaardt (en het zelfs aanmoedigt, terwijl het op zich toch over een centralisatie van de besluitvorming gaat), kan ik Caron zijn argumentatie ergens volgen. Indien gemeenten erg klein blijven, dan zullen de nationale overheden hen nu eenmaal minder serieus nemen, en dus ook niet snel bevoegdheden willen afstaan aan gemeenten, of rekening willen houden met de uitslagen van gemeentelijke referenda. Anderzijds is het wel zo dat de fusering van gemeenten ook interessante vormen van wijk- en dorpsdemocratie kan vernielen.

Popular posts from this blog

Het Zondagsinterview met Bart De Wever ontleed

Het belang van de hoofddoekenkwestie

Peilen in Vlaanderen